In Gesprek met meteorologe margot ribberink

Margot Ribberink is biologe en meteorologe. 20 jaar lang was ze als weervrouw bij RTL 4 te zien. Nu geeft ze lezingen over het weer, klimaatverandering en duurzaamheid en zet ze zich in verschillende organisaties in voor klimaatbescherming, groenere steden en ontwikkelingshulp. In dit interview vertelt ze onder andere over haar carrière, verschillen tussen de twee buurlanden op het gebied van klimaatbescherming en over het verband tussen de coronacrisis en het klimaat.

 

Waar komt uw interesse in het klimaat vandaan?

Sinds mijn jeugd ben ik al geïnteresseerd in het klimaat. Ik bracht altijd al graag veel tijd in de natuur door en wandel ook tegenwoordig nog veel. Ik heb dertig jaar lang op de Nederlandse televisie het weer gepresenteerd. Dat is een erg lange tijd, waarin ik de veranderingen in het klimaat van dichtbij mee heb kunnen maken – bijvoorbeeld de hitterecords die in de zomer steeds opnieuw gebroken worden.

 

Weet u nog wanneer u precies wist dat u meteorologe wilde worden? Wat was dat voor een moment?

Toen ik 18 was, ging ik biologie studeren. Eind jaren 1980 waren er op dat gebied echter nauwelijks banen te vinden. Ik had heel veel geluk dat ik een baan bij een weerbureau kreeg – het eerste commerciële weerbureau van Nederland. Mijn toenmalige baas vond het belangrijk om ook wetenschappers uit andere disciplines in zijn team te hebben. Door mijn werk daar ben ik me nog intensiever met het klimaat bezig gaan houden, en uiteindelijk heb ik meteorologie en klimaatpsychologie gestudeerd. Ik ben mijn toenmalige baas nog steeds heel dankbaar dat hij me toen deze kans gaf. In 2006 zag ik de film ‘An Inconvenient Truth’ met de voormalige vicepresident van de Verenigde Staten Al Gore, over de opwarming van de aarde. Op dat moment had ik het gevoel dat ik meer moest doen dan alleen elke dag het weer presenteren. Vanaf dat moment hield ik lezingen over klimaatverandering. Elke keer weer merkte ik dat veel mensen overweldigd zijn door de beangstigende berichten over dit thema. Ze voelen zich hulpeloos en hebben het gevoel dat ze zelf niets kunnen veranderen.

Daarom vind ik het belangrijk dat ik als meteorologe over oplossingen spreek, en tips geef die iedereen in zijn dagelijkse leven kan gebruiken.

 

Zijn er volgens u verschillen tussen Nederlanders en Duitsers wanneer het gaat om het beschermen van het klimaat? Zijn er bijzonderheden die u opgevallen zijn?

Zeker. Er vallen mij steeds weer dingen op waarin Nederlanders en Duitsers anders zijn. Daarbij gaat het vaak om culturele verschillen, maar ook om verschillen in smaak.

Een belangrijk thema is natuurlijk mobiliteit. Duitsland is een autoland. Er worden elk jaar veel auto’s geproduceerd. Natuurlijk verplaatsen ook veel Nederlanders zich met de auto, maar in Nederland zijn er al veel elektrische auto’s. Die worden door de Nederlandse regering ook zeer doelgericht gesubsidieerd. Zo krijgen Nederlanders bijvoorbeeld subsidie wanneer ze een elektrische auto kopen. En in Nijmegen rijden de bussen op stroom of biogas. Duitsland loopt op dat gebied helaas nog een beetje achter. Inmiddels heeft echter ook de Duitse overheid een milieubonus voor elektrische auto’s in het leven geroepen.

Daarnaast denk ik ook op het gebied van eten verschillen tussen Nederlanders en Duitsers te zien. Ik heb het gevoel dat Duitsers meer vlees eten dan Nederlanders. Anderzijds zijn er in Duitsland meer biologische winkels dan in Nederland. In zijn geheel lijkt het bewustzijn voor een gezond en ecologisch verantwoord eetpatroon in de maatschappij toe te nemen. Dat is mooi, want een hoge vleesconsumptie is zeker niet goed voor het klimaat – en ook niet voor de gezondheid! Anders dan in Nederland hebben in Duitsland veel mensen rolluiken voor het raam. Dat lijkt op het eerste gezicht misschien een kleinigheid, maar is heel goed voor het klimaat. Hier kunnen we dus van onze buren leren.

Nederland en Duitsland hebben op het gebied van klimaatbescherming hoge doelen gesteld. In Duitsland is er op dit gebied iets meer ondersteuning vanuit de politiek. Maar in beide landen zijn de doelen nog lang niet bereikt. Ik denk dat Nederland en Duitsland van elkaar kunnen leren.

 

Welke impact heeft de coronapandemie op het klimaat? Ontstaan er misschien ook kansen?

Vorig jaar konden we heel goed zien welke impact de pandemie en onze beperkte bewegingsvrijheid op het klimaat hebben. Minder vliegtuigen en minder verkeer op de weg hebben ertoe geleid dat de uitstoot van CO2 over de hele wereld gedaald is. De luchtkwaliteit is beter en mensen kunnen weer vrijer ademen. Ik hoop dat we allemaal van deze tijd leren, want er moet echt iets veranderen. Bedrijven moeten andere – ‘groene’ – oplossingen voor hun productie vinden, en de politiek moet ze daarbij helpen. Ik hoop vooral dat jonge mensen zich meer met de bescherming van het klimaat bezig gaan houden en zich afvragen: wat kan ik doen?

 

U heeft vast ook een aantal dingen in uw dagelijks leven veranderd om zo bij te dragen aan de bescherming van het klimaat. Welke verandering vond u het makkelijkste, en welke de moeilijkste?

Ik had al gezegd dat er in Nederland al veel elektrische auto’s zijn – zelf heb ik echter nog een oude dieselauto. Daar wil ik echt verandering in brengen. Ik heb een tijdje geprobeerd om in plaats van met de auto met de trein te reizen. Dat zou natuurlijk veel beter zijn voor het milieu. Maar vooral de lange wachttijden zorgen ervoor dat ik nu toch weer met mijn eigen auto reis – net als waarschijnlijk veel anderen. Hier is carpoolen een goed alternatief! En voor afstanden onder de 30 km neem ik mijn e-bike.

Ook ben ik anders gaan eten. Ik ben al lang vegetariër en eet drie à vier dagen per week veganistisch. Dan eet ik dus geen dierlijke producten. Dat is gezond en goed voor het milieu!

Ik heb ook mijn koopgedrag veranderd. Kleding koop ik inmiddels altijd tweedehands, of ik ga op zoek naar duurzame alternatieven. Je zou jezelf altijd moeten afvragen: waarom koop ik dit? Word ik er echt gelukkig van? Ik ben erachter gekomen dat het met minder spullen veel beter met me gaat.