Over schoonouders en zakenpartners

Het is algemeen bekend dat liefde door de maag gaat. Tenminste, dat dacht ik – totdat ik kennis ging maken met mijn potentiële schoonouders in Nijmegen. Ik was om 15.00 uur ‘op de koffie’ uitgenodigd. Deze zenuwachtige, 22-jarige Duitser keek natuurlijk al uit naar ‘Kaffee en Kuchen’ – per slot van rekening zijn deze dingen net zo onlosmakelijk met elkaar verbonden als slagroom en taart, zomer en vakantie en Hannover en voetbalclub Hannover 96. Er was inderdaad koffie. Maar in plaats van taart werd mij een koekje aangeboden. Eén koekje. Voorzichtig nam ik er een, en hoppa: de koektrommel verdween weer in de kast. Was het misschien een soort voorgerecht? Zou de lekkere taart nog komen? Ik kon ‘m in ieder geval nog nergens ontdekken. Stond ‘ie misschien nog in de koelkast? Of zou ‘ie nog gebracht worden?

Ik wachtte en wachtte, sprak stuntelend mijn eerste woorden Nederlands, wachtte nog wat langer, kreeg langzaam maar zeker een slecht humeur, en wachtte tot ik een ons woog. Tevergeefs. Mijn kopje koffie werd wél steeds opnieuw gevuld. Totdat we op een gegeven moment naar huis gingen en mijn toenmalige vriendin zei: “Wat een gezellige middag!” Aha, dacht ik. Dat is dus de beroemde Nederlandse gezelligheid.

 

Dat was mijn eerste les over de Nederlandse eetcultuur. Alhoewel: cultuur? Beter is ‘eetgewoonten’. Deze inschatting werd bevestigd door een culinair ‘Aha-Erlebnis’ in het zakenleven. Want ook tussen de opdrachten, offertes en aanbestedingen, tussen de kortingen, belastingen en het maatwerk door speelt samen eten een belangrijke rol. Dus had ik, als nieuwbakken, zelfstandige pr-adviseur een afspraak met een potentiële Nederlandse klant, die in Duitsland bekender wilde worden.

Op een gegeven moment kreeg ik honger – na twee uur autorijden en een vergadering van twee uur keek ik dus uit naar de aangekondigde lunch met de klant. Er volgde echter een onaangename verrassing: op tafel lagen een paar zachte broodjes, op een bordje lagen wat plakken kaas, in een plastic verpakking krulde een plak ham op. Daarnaast stond een pak karnemelk. Dat was alles? Als jonge Duitser was ik tenslotte gewend aan een warme maaltijd tussen de middag – of dat nu thuis is, op het werk of onderweg.

 

“Ah, wat lekker”, verheugde mijn Nederlandse gastheer zich en beet vol overgave in het resultaat van de Nederlandse bakkunst (heb ik echt kunst geschreven?). Ondertussen kauwde ik zonder veel enthousiasme op mijn slappe broodje – dat deze naam eigenlijk helemaal niet verdiend had – en nipte met tegenzin van mijn karnemelk – die ik nog nooit lekker had gevonden. Ik vroeg me af of mijn Nederlandse gastheer me wilde beledigen. Zo ja: waarom? Op de terugweg lastte ik bij de eerste de beste McDonald’s een tussenstop in. Daar kon ik in ieder geval een warme maaltijd krijgen. Dat was dus mijn tweede culinaire les in Nederland.

 

Wat heb ik nu geleerd van deze twee gebeurtenissen? Ten eerste dat het Nederlandse ‘op de koffie’ absoluut niet hetzelfde is als het Duitse ‘Kaffee und Kuchen’. In de loop van de tijd heb ik echter ook geleerd dat de betekenis van ‘op de koffie’ tegelijkertijd veel breder is. Er zijn verschillende redenen om bij elkaar ‘op de koffie’ te gaan: wanneer je met een vriend of vriendin afspreekt, wanneer je zakelijk ideeën wil uitwisselen of – en dat is een groot verschil met Duitsland – wanneer je in het zakenleven een probleem moet oplossen. Duitse zakenpartners kijken bij een probleem eerst hoe ze er juridisch voor staan en zoeken alvast het telefoonnummer van hun advocaat op. Heel anders dan in Nederland: daar probeert men onenigheden te bespreken – en het liefst ook op te lossen – bij een kopje koffie. Iets wat ik zeer sympathiek vind en inmiddels ook heb overgenomen.

 

Les twee: zakelijke besprekingen kun je in Duitsland het beste rond het middaguur inplannen, in Nederland eerder ’s avonds. Zo ben je in ieder geval verzekerd van een warme maaltijd. En dan verlopen de zaken direct ook veel beter. Smakelijk eten!

 

Frank