„Geef mij maar harde contanten”

Door Maike

“Pinnen of contant?“ vraagt de serveerster. Ik zit met een paar Nederlanders in een café, we hebben lekker bijgekletst en zometeen ga ik weer terug naar Duitsland. Zonder na te denken antwoord ik: “Contant graag.” Ik heb per slot van rekening van tevoren nog gepind. Mijn gesprekspartners grinniken. Die Duitsers met hun contante geld! Het is niet de eerste keer dat ik met Nederlanders op pad ben en zij meewarig hun hoofd schudden wanneer ik bankbiljetten en munten uit mijn portemonnee opdiep. Vaak laten ze me dan hun portemonnee zien: leeg, op pasjes en een paar cent na.

 

Zelfs de kleinste bedragen rekent de gemiddelde Nederlander met zijn pinpas af. Dat weet ook de bakker in Kleve. Die wijst Nederlanders er voor de zekerheid bij de ingang alvast op dat er alleen contant betaald kan worden: “Pinnen niet mogelijk” – hongerige Nederlanders vol verbazing achterlatend. Minstens zo verbaasd was ik laatst in Amsterdam. Alleen diegenen die hun pinpas tevoorschijn halen kunnen een kerktoren beklimmen of een busticket kopen. En toen ik voor twee glazen fris vijf euro op de toonbank van een snackkraam wilde leggen, duldde de verkoper geen tegenspraak: “Wij nemen geen contant geld aan!” Met een onbehaaglijk gevoel haalde ik mijn pinpas maar weer door de pinautomaat.

 

En daarmee zijn we direct aanbeland bij de belangrijkste reden waarom ik zo graag contant betaal: het geeft me een gevoel van veiligheid. Ik betaal en klaar is Kees. Geen pin- of tancodes, geen overdracht van gevoelige gegevens. Ik heb alles onder controle. “Wacht maar af”, zegt mijn Nederlandse collega, wanneer ik deze argumenten aanhaal. “Over drie jaar betaal jij ook alles met je pinpas of een app op je telefoon. Dat is toch veel gemakkelijker!” Ik kan het me nauwelijks voorstellen. Tot het heel misschien toch ooit zo ver komt, kan ik er prima mee leven dat ik bij het betalen in Nederland meteen als Duitse wordt ontmaskerd.