Andreas Gebbink

Ik ben 41 jaar oud, getrouwd en heb drie kinderen. Sinds 2018 ben ik hoofd van de regionale redactie Kleve van de Duitse krant ‘Neue Rhein Zeitung’ in Kleve en Emmerich. In de zeven jaar daarvoor was ik al hoofd van de lokale redactie van deze krant in Kleve. Tijdens mijn studie ben ik al met Nederland in aanraking gekomen. Toen heb ik onder andere Nederland-Studies in Münster gestudeerd en daarna had ik meerdere jaren de Nederlandse pagina van de Neue Rhein Zeitung onder mijn hoede. Als lokale redactie in Kleve houden wij ons regelmatig bezig met grensoverschrijdende thema’s. Op het moment hebben we bijvoorbeeld de serie ‘Buurman Nijmegen’, die een jaar lang elke zaterdag verschijnt.

 

Wat ziet u voor zich wanneer u aan Nederland denkt?

Wanneer ik aan Nederland denk zie ik veel verschillende dingen voor me. Er bestaan aanzienlijke culturele verschillen tussen de Nederlandse regio’s, en juist daarom is Nederland zo interessant. Uit politiek oogpunt bewonder ik het feit dat er snel beslissingen genomen kunnen worden, volgens het motto ‘gewoon doen’. Ik ben erg te spreken over de uitbreiding van het fietspadennetwerk, net zoals over het spoorwegnet en de kennis van waterbouw. Natuurlijk zijn er ook dingen die wel eens kunnen irriteren, zoals de vele files op de snelweg en de massa’s mensen in de Randstad. Dat is op andere plekken waar veel mensen bij elkaar wonen echter niet anders.

 

Waarom vindt u het belangrijk dat scholieren zich bezighouden met de taal en cultuur van het buurland?

Europa ontwikkelt zich niet in de hoofdsteden, maar juist op lokaal niveau. De grensregio Kleve-Nijmegen is daarvan een heel interessant voorbeeld. Onze grenzen waren in het verleden nooit zo strikt als nu. Nederlanders en Duitsers hebben een gemeenschappelijke cultuur, maar door de taalbarrière is dat niet altijd duidelijk. Wanneer je de actuele tentoonstelling over ‘Maria van Gelre’ in het Valkhofmuseum in Nijmegen bezoekt, begrijp je direct hoe divers en veelzijdig deze regio is. Daarom vind ik het belangrijk dat de grensregio veel meer als een gemeenschappelijke regio gezien wordt. Wanneer scholieren zich bezighouden met de taal van het buurland, begrijpen ze hun buren beter. Zo ontdekken ze overeenkomsten tussen beide culturen.

 

Zijn u tijdens u werk wel eens verschillen tussen Nederlanders en Duitsers opgevallen?

Natuurlijk! Nederlanders zijn vaak zeer direct in de omgang en vinden efficiënt werken belangrijk. Ik heb ook het gevoel dat ze veel meer evalueren dan de Duitsers: wanneer iets niet helemaal goed loopt, wordt dit veel uitgebreider geanalyseerd dan in Duitsland. Hier denk ik vooral aan scholen. Terwijl Duitse leraren tijdens hun loopbaan nauwelijks gecontroleerd worden, worden Nederlandse leraren regelmatig onderworpen aan tests, waarmee hun vaardigheden om informatie over te brengen aan de kaak gesteld worden. Dat vind ik een goede zaak.

.