In gesprek met… Groen Blauwe Rijn Alliantie en De Bastei

In de Nederlands-Duitse grensregio wordt op heel veel vlakken nauw met elkaar samengewerkt. Zo ook op het gebied van natuurbeheer: in het EU Interreg-project Groen Blauwe Rijn Alliantie (GBRA) maken verschillende Nederlandse en Duitse overheden en organisaties zich hard voor grensoverschrijdende natuur. Bernadette Botman (ARK Natuurontwikkeling/projectmanager Groen Blauwe Rijn Alliantie) en Bas van Lingen (Museum De Bastei/partner GBRA) vertellen er meer over.

 

Waar gaat het bij Groen Blauwe Rijn Alliantie precies om?

Bernadette Botman: “In het EU Interreg-project Groen Blauwe Rijn Alliantie werken sinds 2017 zes Nederlandse en vier Duitse organisaties aan het versterken van grensoverschrijdende natuur en ecologische verbindingen. We doen dat met behulp van vier werkpakketten.
In het eerste werkpakket willen we de otterpopulatie in het grensgebied versterken: nog steeds worden veel otters slachtoffer van het verkeer. We brengen de knelpunten in beeld en leggen bijvoorbeeld verkeerspassages aan.
Het tweede werkpakket draait om trekvissen, zoals zalm, aal en elft, voor wie de Rijn een belangrijk leefgebied is. De populaties zijn de afgelopen decennia echter steeds verder onder druk komen te staan en sommige trekvissen, zoals de steur, komen niet meer voor in de Rijn. De projectpartners werken samen om de Rijn weer een betere plek te maken voor deze vissen.
In het derde werkpakket gaat het om de ontwikkeling van uiterwaarden. Hoe kunnen we dat op een natuurlijkere manier doen, en welke problemen komen we daarbij tegen?   
En in het vierde werkpakket staan netwerkontwikkeling en communicatie centraal, dat heeft een educatief aspect. We communiceren aan beide zijden van de grens uitgebreid over het project en willen jong en oud met veldlessen en excursies mee de natuur in nemen. Met allerlei activiteiten hebben we inmiddels al meer dan 2600 deelnemers kunnen bereiken, waaronder ruim 1500 schoolkinderen.”

 

Wat is het doel van het project?

Botman: “Natuur houdt niet op bij de grens: een otter is zich er niet van bewust of hij in Nederland of in Duitsland zwemt. We willen ecologische verbindingen over de grens creëren, zodat dieren ongehinderd in beide landen terecht kunnen en er kunnen leven. Daarbij is de Rijn het verbindende element. Doel is om een groenblauwe grensregio te creëren.”

 

Museum De Bastei in Nijmegen vertelt het verhaal van de rivier en is partner van de Groen Blauwe Rijn Alliantie. Wat doet De Bastei precies binnen het project?

Bas van Lingen: “Als eerste organiseren we regelmatig excursies voor Nederlandse en Duitse scholieren, bijvoorbeeld naar natuurgebied De Gelderse Poort. Gezamenlijk maken ze dan op een interactieve manier kennis met de veelzijdigheid van het rivierenlandschap, bijvoorbeeld met proefjes.
Daarnaast organiseert De Bastei exposities. Eén daarvan was Waal Onder, waarin Karel Kiew de bezoekers meenam in de wereld van de trekvis. Het was een erg interactieve tentoonstelling met een game, video’s en een virtual reality-experience. Daarmee konden we goed inzichtelijk maken wat een vis op zijn reis door de rivier tegenkomt. En nu krijgen de GBRA-partners ook de beschikking over deze experience!”

 

 

 

Hoe verloopt de samenwerking tussen de Nederlandse en de Duitse partners? Waar lopen jullie tegenaan?

Botman: “We werken goed met elkaar samen. Wel zijn we er gedurende het project achter gekomen dat Duitse overheden en organisaties op een andere manier zijn georganiseerd dan in Nederland. De verantwoordelijkheden liggen anders. Het heeft dus even geduurd voordat voor ons duidelijk was wanneer we bij wie moeten aankloppen.”
Van Lingen: “De samenwerking met de Duitse scholen is over het algemeen goed, maar soms lopen we op logistiek gebied tegen dingen aan. De Duitse scholen zijn over een groter gebied verspreid dan in Nederland het geval is, dus moeten ze vaak verder reizen. En de schoolvakanties lopen soms niet gelijk met die in Nederland.”
Botman: “En we hebben ervaren dat Nederlanders wat informeler zijn. We gebruiken snel de voornaam van onze gesprekspartner, ook als dat bijvoorbeeld een directeur is. Dat is in Duitsland niet het geval. Daar moeten we onszelf steeds aan herinneren. De voertaal tijdens overleggen is overigens meestal Engels. Daarnaast spreken sommige Duitse partners een aardig woordje Nederlands, en kan een deel van de Nederlanders goed met Duits uit de voeten. Er kan dus geschakeld worden – en dat gebeurt ook. Tijdens de workshops lopen de talen vaak door elkaar.”

 

Wat is volgens jullie de meerwaarde van de grensoverschrijdende samenwerking?

Botman: “Heel simpel: we hebben elkaar gewoon nodig. Natuur houdt niet op bij de grens. We moeten dus écht samenwerken. Het is belangrijk dat we elkaar als partijen nu gevonden hebben: nu we elkaar kennen, kunnen we elkaar in de toekomst gemakkelijker benaderen. Het project eindigt in juni 2021 en de partners willen ook daarna graag blijven samenwerken. We hebben heel veel van elkaar geleerd: het is interessant om te zien hoe de Duitsers zaken aanpakken. Soms gebeurt dat op een andere manier dan wij dat doen, en dat is dan heel leerzaam. Daarnaast is het duidelijker geworden wat onze opgaven in het grensgebied zijn.”  
Van Lingen: “Daar sluit ik me graag bij aan. We hebben al zo ontzettend veel voor elkaar gekregen: er heeft al veel natuurontwikkeling en biotoopverbetering plaatsgevonden.”

 

Wat kunnen scholieren zelf doen wanneer ze zich zorgen maken over de natuur?

Van Lingen: “We willen mensen vooral bewust maken van hun rol. Tijdens de coronacrisis zijn meer mensen gaan genieten van de natuur om hen heen. Dat is natuurlijk fantastisch, maar de keerzijde van natuur toegankelijk maken voor zoveel mensen, is dat onze aanwezigheid de flora en fauna verstoort. Er ligt steeds meer afval. Het is daarom belangrijk dat wanneer scholieren in een natuurgebied gaan wandelen, picknicken of fietsen, ze hun afval altijd weer meenemen. Laat het gebied zo achter zoals je het aangetroffen hebt. Wil je je graag inzetten voor de natuur? Zoek dan een vrijwilligersfunctie die hierop aansluit. En misschien kun je wel een opleiding of studie in die richting volgen.”
Botman: “We hebben op dit moment te maken met een klimaatcrisis en een biodiversiteitscrisis. De natuur is belangrijk voor de mens: zonder natuur kunnen wij niet leven. Wanneer scholieren hier interesse in hebben en iets willen bijdragen, kunnen ze meedoen aan citizen science-projecten. Dat is onderzoek dat wordt uitgevoerd met de hulp van burgers. Denk bijvoorbeeld aan het melden van waarnemingen van dieren, zoals de Nationale Tuinvogeltelling, of het meten van waterkwaliteit. Het is leuk om te doen én levert nuttige data op!”